Landschap en Water


Hoe het water het landschap beinvloedt

Het Eem dal en de Gelderse Vallei zijn naar men aanneemt gevormd tijdens de laatste ijstijd plm. 10.000 jaar geleden.

Een grote ijsvlakte boorde zich een weg richting Rhenen

dwars door de Eem en de Gelderse Vallei

Hierdoor wordt de grond links en rechts van de ijsvlakte opgestuwd en vormt daar zandruggen :

  • de Heuvelrug en
  • de Veluwe

Bij Rhenen onstaat een wal, die een nieuwe waterloop van oost naar west creert :

  • de RIJN

Aan het einde van de ijstijd, trekt het ijs zich weer terug naar het noorden

In het Eemdal en de Vallei ontstaat een moeras delta

Het moeras gebied loopt naar het noorden door tot aan het Aalmere :
een meer tussen Holland en Gelderland, dat een verbinding heeft met de zee.

Er ontstaan uitgestrekte veengebieden met diverse waterstromen, die het water afvoeren naar het Aalmere :

  • de Eem
  • de Laak
  • de Barneveldse beek
  • de Lunterse beek
  • de Modderbeek en
  • de Moorsterbeek

Door storm en wind wordt veel zand van de Heuvelrug en de Veluwe naar het moeras gebied verplaatst, waardoor diverse verhogingen in het landschap ontstaan.

  • ter hoogte van Bunschoten
  • Hoogland boven Amersfoort
  • langs de Eem tussen Soest en Amersfoort
  • rondom Acherveld Barneveld
  • en langs de Luntersebeek

Vele eeuwen later vestigen rondtrekkende rendierjagers zich langs de Heuvelrug. Ze bedrijven dan landbouw naast de jacht.

SKIP - Stapsgewijs worden de verspreid liggende akkertjes samengevoegd tot de zogenaamde 'celtic fields' :
rechthoekige complexen bestaande uit akkertjes van ongeveer 35 bij 35 meter omgeven door aarden walletjes.

Ook op de verhogingen in het moerasgebied vestigen zich landbouwers.

De Romeinen zien de Rijn als de noordelijke grens van hun veroverde gebied en bouwen er versterkingen langs :

  • Walburcht -- aan de punt van de Heuvelrug in de buurt van Rhenen.

Ook in Oud-Leusden zijn restanten van een 4de-eeuwse wachttoren gevonden.

SKIP - De ontginningen werden door de individuele landbouwer gedaan vanuit de eigen akkers, waardoor een mozaiekvormig kavelpatroon ontstond.

SKIP - Ook werden ze vaak door overerving weer gesplitst - veelal in de lengte richting.

In de 8ste eeuw nemen de Franken het gebied in bezit en geven grondgebieden aan de Utrechtse kerk.

Zo worden de eerste machtcentra gevestigd in

  • Oud-Leusden (Villa Lisiduna),
  • Heiligenberg klooster,
  • Emminkhuizerberg,

De eerste bewoning beperkt zich tot de verhogingen, maar vanaf de 9de eeuw begint men de akkers te vergroten door ontginning van de moerasgebieden.

Ontginning Eemland

Vanaf de 11de eeuw begint de ontginning van het Eemland. In eerste instantie kleinschalig.

Men graaft hoofdkanalen en zijkanalen en ontgint het erin liggende land.

De eerste stroken liggen direct aan de hoger gelegen zandruggen.

  • langs de Eem: Coelhorst en Isselt
  • bij Hoogland: Zeldert en Calveen
  • ten Oosten van Bunschoten
  • Oost en West van Eembrugge

Daarna volgen de gebieden grenzend aan de eerder ontgonnen gebieden.

  • ten noorden van Hoogland: Duist, Zeldert en de Haar
  • tussen Eemnes en Eembrugge

Aan het einde van de 12de eeuw worden door grote stormvloeden (Allerheiligenvloed en Sint-Nicolaasvloed) de veenruggen langs het Almere weggeslagen en zo ontstond de Zuiderzee

Er worden nu dijken aangelegd langs de Eem en de Zuiderzee.

Het beheer ligt eerst bij de dorpen, maar later in de gewesten. Hieruit zijn de waterschappen ontstaan

Als laatste wordt het land langs de dijken ontgonnen.

WestBunschoten en Eemnes-Buiten

Amersfoort wordt een handelplaats door de centrale ligging aan de Eem

Ook de andere plaatsen ontwikkelen zich

  • Soest
  • Bunschoten
  • Spakenburg

Ontginning Gelderse Vallei

De eerste bewoners vestigden zich tegen de Veluwe rand en op hogere delen langs de waterlopen.

Vanuit de boerderij werd langzamerhand meer land ontgonnen (kampontginningen).

Vaak in een ronde of ovale vorm rond de beekdalen.

Later werden deze gronden strooksgewijs (van de beek af) uitgebreid, vaak ook door overerving gesplitst.

Termen zoals groot, klein, eerste, tweede verwijzen hiernaar.

  • Langs de Lunterse beek
  • Langs de Moorsterbeek
  • Asschat bij Leusden
  • Achterveld

Systematische ontginningen kwamen pas laat op gang.

  • De eerste in Hamerveld.

vanuit een nood-zuid lopende weg (Hamersveldse weg) tussen de Moorsterbeek en de Heiligerbergerbeek naar oost en west.

  • daarna oostelijker gronden in Asschat
  • en het blok Leusbroek (vanaf de Leusbroekerweg)

Na 1240 werd de ontginning gestart vanuit Woudenberg.

diverse dijken en afwateringskanalen worden aangelegd.

  • Ekeris en de Wetering
  • Slabbendel, Eng en Zuurbroek
  • Voskuilerbroek

Men botst dan al snel tegen de ontginningen aan vanuit Hamersveld,

maar ook anderen (Roffelaar, Donkelaar) claimen dit gebied. Dit leidt tot de nodige onenigheid.

Rond 1460 ontstaat er rond het huidige Veenendaal turfwinning, waarbij de turf per schip via de Rijn wordt afgevoerd.

De Bisschop Davidsgrift zorgt voor afwateren en moet op Utrechts grond lopen.

Veenendaal werd een belangrijk centrum voor de turfhandel.

In 1550 krijgt Gilbert van Schoonebeke een concessie om turf te steken in de venen bij Ginkel en Amerongen.

Hij kon geen gebruik maken van de Davidsgrift want die was van de concurrentie.

Daarom liet hij een nieuwe afwatering graven:

  • de Schonebeeksegrift, hierbij werd gebruik gemaakt van bestaande watergangen.

Bij Amersfoort mocht hij niet aansluiten op de Heiligenbergerbeek naar Amersfoort

omdat daar de blekerijen lagen die absoluut schoon water nodig hadden.

Overstromingen vanuit de Rijn over de gehele Vallei kwam nu meer en meer voor.

Dit werd veroorzaakt door de veenafgravingen.

De natuurlijke barriere bij Emminkhuizerberg was geheel verdwenen door de afgravingen.

Na veel discussie werd een Slaperdijk aangelegd bij Emminkhuizerberg.

Deze mocht niet door Gelre lopen en is daardoor langer dan noodzakelijk.

tmpimg